

KIES HIER:

WAT IS PDD-
PDD-
WAARAAN HERKEN JE PDD-
• Ze kunnen prikkels die op ze af komen, niet goed verwerken. Soms roepen prikkels hele heftige reacties op, soms weer veel te geringe reacties.
• Ze nemen zeer gedetailleerd waar, maar overzien het geheel niet.
• Moeite met toepassen van het geleerde in verschillende situaties.
• Moeite met tekst verklaren en begrijpend lezen.
• Ze snappen niet goed wat er tussen mensen gebeurt, stemmen hun gedrag niet af op de ander en kunnen hierdoor moeilijk met anderen omgaan.
• Dit uit zich in extreem teruggetrokken gedrag of in juist te claimend en overheersend gedrag.
• Beperkt repertoire van bezigheden of interesse, stereotype (soms bizar) gedrag.
• Weerstand en/ of angst bij verandering.
• Kunnen gezichtsuitdrukkingen niet begrijpen of interpreteren.
• Hebben moeite met de generalisatie van de lesstof van het ene vak naar het andere vak.
• Hebben moeite met binnenkomende prikkels zoals geluiden, lichtinval, warmte/ kou, etc.
• Last van eilandjeskennis (weten over iets heel veel en over iets anders niets).
• Bij spanningsvolle of stressvolle situaties wordt de leerling onrustig en kan gedragsproblemen krijgen.
• Moeite met samenwerken met anderen. Moeite met samenspelen.
• Moeite met inzicht in sociale situaties en het zich inleven in een ander.
• Soms kinderlijk gedrag (achterstand in de sociaal-
HOE KUNNEN JIJ EN ANDEREN ER HET BESTE MEE OMGAAN?
• Korte overzichtelijke opdrachten. Voorzie elke opdracht van structuur.
• Vaste plek, dat biedt veiligheid. Maak het lokaal voorspelbaar.
• Zorg voor voorspelbaarheid en regelmaat.

PDD-